Philippe Grisar

Philippe Grisar

Blog

... omdat iedereen anders is ...

Bezoek aan het atelier van Joëlle Schuurmans

ProjectenPosted by Philippe 10 Jan, 2018 16:53:11

Een zaterdag in oktober, Sint Amandsberg:

Rendez-vous met Joël Schuurmans

Enkele jaren geleden frappeerde Joëls tekenwerk me. We ontmoetten elkaar op de portfolio dagen van WARP (2014): hij als beloftevolle artist en ik als ‘commentator’ of zeg maar geprivilegieerd luisteraar. Joël toonde onder meer een reeks portretten van een autistische jongen. De jongen en de wereld leken één, los van de door mensen gebricoleerde werkelijkheid met geplogenheden en formaliteiten. De tekeningen getuigden van een respectvolle observatie: die vijftienjarige die zich als een kat tegen een kast aanwreef; ongegeneerd genietend van het tactiele.

Zijn.

Omgaan met wat is.

Sindsdien tref ik Joël onregelmatig in het Huis Buytaert in Sint-Niklaas (WARP) of ergens op een beurs. Uiteindelijk spraken we af dat ik zijn atelier zou bezoeken. Onlangs, op een van die dagen waar de herfst hapert in de zomer, reed ik naar hem toe. Humeurige nimbostratus die haastig de ochtend had gegeseld met buien, had plaats gemaakt voor zon. Wind speelde bezorgd met de blaadjes die vrolijk dansten over de weg.

Joël troont me mee naar zijn atelier, 1 hoog. Doorheen de lichtstraten lichtte de zon de twee werkruimtes op. Een grote plek waar Joël hout verzaagt en tot meubels en kaders in elkaar vijst. Aan de andere kant van een scheidingswand het schildersatelier. De ruimte is kleiner, intiemer: de stoel, de werkkastjes, het schilderwerk en ook olieverfvlekken. Hier is gewerkt, gevloekt, getwijfeld. Aan de zijkant kijkt een jonge dame in kimono naar een onzichtbaar ritueel.

De expositieruimte achteraan het atelier staat, behalve enkele tafels, een Noors sneeuwlandschap voorovergebogen als een afdak. Rechts hangt een Alaskaanse gletsjer die de zee raakt. Het zijn twee grote werken uit de reeks ‘shelter paintings’. Aan de zijkant hangt een resem IJslandse panorama’s allemaal tien centimeter hoog. Enkel de lengte en het landschap verschillen.

Joël trekt graag door onmetelijke landschappen. Vooral het naar Noorden waar de weidse ongerepte natuur wenkt. Al of niet alleen trekt de kunstenaar dagenlang door ongebaand terrein. Het valt me op, zei hij, dat ik meteen naar iets menselijks zoek: een baken, een teken. Het is dat teken dat je uiteindelijk de weg wijst naar beschutting. Een aantal winters geleden zochten hij en zijn compagnon-de-route een ‘shelter’, een ‘hytte’ in het Noors. De ijzige wind raasde als gek over de besneeuwde Noorse hoogvlakte. Half vervroren vonden ze na lang zoeken de hut. Die bleek gesloten. Zeldzame bakens in de witte wereld maakten oriënteren mogelijk terug naar beschutting.

Onlangs bezocht Joël IJsland in het kader van een trekking die hij zou begeleiden. Joël legde enthousiast uit hoe hij met plezierige verwondering de IJslandse taal en cultuur ervoer. Vooral de verbondenheid van de taal met de natuur viel op. De gebruiken, het spreken en benoemen. Dialogeren met het land(-schap) dat leven geeft en neemt. Je noemt er je kind naar iets wat belangrijk is voor mens en natuur: zoals de sterke pionier-boom: berk, Björk.

In zekere zin, zo vindt Joël, gelijkt het op de Japanse verfijning die zich niet afkeert van de natuur maar erop tracht te antwoorden. Zo lijkt de esthetiek een toverspiegel, een looking-glass, die respectvol poogt te converseren met wat slechts te ervaren is. Bij ons creëert taal een afstand met de dingen die dan meer beheersbaar, hanteerbaar lijken.

Onze causerie werd even onderbroken. Joël haalde de jonge dame in kimono van de muur. “Ik twijfel”, vroeg hij me, “of ik er plexiglas voor zou zetten?” Ondertussen legt hij nog enkele blokken in een compositie rond het werk. Ik doe alsof ik zijn vraag begrijp en iets ken van schilderkunst. Ik frons.

Hij vertelde me wie ze is, hoe gracieus de kimono de rug onder de nek bloot laat, over het huwelijksfeest in Japan waar hij en zij te gast waren, over de jaren samen en de laatste blik. Vorig jaar raakte hij zijn vinger kwijt. Het rouwen, nu een tweede keer, weegt. Wat rest zijn herinneringen en onrust. Soms blijft het beeld nog een hele poos helder maar aanraken kan niet meer. Weg.

“Doe maar plexiglas”, liet ik me ontvallen.

Verlost van het dilemma zette Joël alles weer keurig aan de kant: Ik ga maandag het plexiglas bestellen. Ik voelde me verbaast dat ik iets kon bijdragen en dacht aan diegene die ik mis.

Even later vertelde hij honderduit over het IJsland panorama project. Het werk zal voor het eerst gepresenteerd zal worden op de Belgian Art and Design beurs in Gent (8-11 feb. ’18).

De reeks schilderwerken baseerde Joël op zijn indrukken en de soms sukkelachtige panoramafoto’s die hij in IJsland nam. Sukkelachtig omdat de techniek soms faalt en vegen produceert in de uitgestrekte weergaven. We bekijken de lange 360°, de bovenste van de twee aan zijn schildermuur. “Er klopt iets niet”, deelde hij me mee. Schilderen is meer dan een prentje kopiëren. Ik wijs op de wolken die over de bergen hangen van links een grijze wolkenmassa tot rechts als een grauwwitte sluier. Pas later valt de link me te binnen met de Japanse kunst waar de wolken de Fujiyama horizontaal dwarsen en hemel met aarde verbinden. De leegte van het landschap spreekt. Het is geen onbeschilderde leegte zoals in de Chinese kunst, maar lijkt ze te wijzen op dezelfde mogelijkheid tot verandering en omkeerbaarheid.

Plots wijst hij me in dat landschap een rode lange stok – piepklein in de immense ruimte. Ik glimlach omdat ik weet dat ik er niet verloren zal lopen. Desnoods kom ik steeds weer aan hetzelfde uit.

Als ik later een schilderwerkje uitpik om het in bruikleen in mijn praktijk op te hangen (een privilege), wijst hij me op een zwarte rots te midden van de sneeuw: “daar is iemand gestorven; een jonge kerel verdwaald in een complete white-out. En dat op nog geen 750 meter van een lodge.” Die anekdote vertel ik aan niemand, dacht ik.

Daarna toont de kunstenaar me enkele tekeningen van de jonge autist. Hij is er; nog steeds gevangen in het moment. Ik glimlach en kies tekening nummer 4 die met een horizontale vouw zodat het onderste deel van het blad plat naar voor ligt. De jongen likt een tafel. Zo zijn we terug bij het begin, maar de commentator zwijgt.

De tekening en het schilderwerk verschillen van onderwerp en materie maar, in beide gevallen capteert Joël iets van het reële: een mens zonder landschap en een landschap zonder mens.

“Ça parle”

Philippe Grisar

Oktober 2017




Fill in only if you are not real





The following XHTML tags are allowed: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles and Javascript are not permitted.